Hervorming Peeters : de hervorming van de werkgeversgroepering

Een werkgeversgroepering heeft tot doel meerdere werkgevers toe te laten om gezamenlijk werknemers aan te nemen om deze tegelijk of afwisselend bij elk van hen tewerk te stellen. Dit is een uitzondering op het verbod op de terbeschikkingstelling van werknemers dat werd vastgelegd in artikel 31 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.

Voorafgaand aan de invoering van de wet-Peeters, had de Nationale Arbeidsraad (NAR) zich al over deze reeds bestaande maatregel gebogen waarbij zij suggereerde om de werkgeversgroeperingen te verplichten om jaarlijks een activiteitenverslag neer te leggen.

De wet Peeters beoogde de erkenningsprocedure van werkgeversgroeperingen te vereenvoudigen. De toestemming om een dergelijke groepering te vormen, moet voortaan aan de FOD WASO worden gevraagd. De daaropvolgende beslissing van de minister moet gebeuren binnen de 40 dagen volgend op de vraag (Er wordt echter een bijkomende termijn van 60 dagen voorzien in het geval de minister meent dat hij een bijkomend advies moet vragen de NAR). De toelating wordt voor onbepaalde duur gegeven.

Zoals de NAR voorgesteld had, is de werkgeversgroepering voortaan verplicht om een jaarlijks activiteitenverslag aan de FOD WASO over te maken.

De werkgeversgroepering kan maximaal 50 werknemers tewerkstellen. Indien deze drempel wordt overschreden, zal de toelating voor de werkgeversgroepering binnen de drie maanden vervallen. Hierbij moet opgemerkt worden dat deze drempel, op advies van de NAR, verhoogd kan worden door een koninklijk besluit.

De werknemers mogen enkel ter beschikking worden gesteld van leden van de werkgeversgroepering. Werkgevers die deel uit maken van de groepering zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de fiscale en sociale schulden van de werkgeversgroepering, en dit zowel ten overstaan van derden, als ten aanzien van de werknemers die zij tewerkstellen.

Net zoals voordien moet de minister, wanneer hij de toelating verleent, het bevoegde paritair comité aanduiden onder wiens bevoegdheid de werkgeversgroepering en haar werknemers vallen. Als alle werkgevers tot hetzelfde paritair comité behoren, is dat paritair comité bevoegd. Als niet alle werkgevers tot hetzelfde paritair comité behoren, moeten deze bij de toelatingsaanvraag een voorstel voegen van het paritair comité waartoe ze zouden behoren. De minister neemt dan, eventueel na advies van de NAR, de definitieve beslissing.

De wet Peeters voorziet twee criteria waarop de minister zich kan baseren om het paritair comité van de werkgeversgroepering vast te leggen: Het paritair orgaan van het lid (of de leden) met de meeste werkuren of het paritair orgaan van het lid (of de leden) met het meeste vaste werknemers.

Het paritair comité zal in twee gevallen gewijzigd kunnen worden: (1) als een nieuw lid dat tot een ander paritair comité behoort, zich bij de groepering aansluit en (2) als er uit het jaarlijkse activiteitenverslag blijkt dat het aangewezen paritair comité niet helemaal geschikt is.

Het geheel van de maatregelen betreffende de werkgeversgroeperingen moeten vier jaar na de inwerkingtreding van de wet door de NAR geëvalueerd worden.