Hervorming Peeters – sparen 2.0 voor de werknemer: Loopbaansparen

In het kader van de verschillende, door de wet betreffende het wendbaar en werkbaar werk, voorziene maatregelen, wordt één maatregel vaak omschreven als “de gelegenheid voor de werknemer om zijn loopbaan voor een stuk zelf te sturen en om adempauzes te nemen in zijn professionele leven”.

Het betreft het loopbaansparen dat de werknemer toelaat om tijd op te sparen om later tijdens de tewerkstelling vakantiedagen op te nemen.

Over welke werknemers gaat het?

Het loopbaansparen is enkel van toepassing op werknemers in de privésector. Voor ambtenaren en contractuele functionarissen van de publieke sector zal het dus niet mogelijk zijn om van deze maatregel te kunnen genieten.

Welke periodes kunnen opgespaard worden?

Hoewel het loopbaansparen een antwoord biedt op een vraag om meer arbeidsflexibiliteit, mogen niet alle arbeids- en vakantieperiodes worden opgespaard. De wet bepaalt namelijk welke “tijd” opgespaard kan worden. Het betreft:

  • Het krediet van 100 vrijwillige overuren die niet moeten worden opgehaald (een andere maatregel van de wet betreffende werkbaar en wendbaar werk);
  • De conventionele verlofdagen toegekend door een CAO gesloten op sectoraal of ondernemingsniveau en die vrij te bepalen zijn door de werknemer;
  • De uren die meer dan de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur werden gepresteerd en die op het einde van de referteperiode het voorwerp kunnen uitmaken van een overdracht bij toepassing van glijdende werktijden;
  • De overuren waarvoor de werknemer de keuze heeft om ze al dan niet in te halen.

Buiten die “arbeidsperiodes”, voorziet de wet eveneens de mogelijkheid om geldpremies op te sparen (bijvoorbeeld de eindejaarspremie) om later als betaald verlof op te nemen. Om dat te doen, zal er een Koninklijk Besluit moeten worden aangenomen teneinde bepaalde modaliteiten vast te leggen (met name de omzetting naar tijd).

Hoe zal het loopbaansparen worden ingevoerd?

In eerste instantie ligt het initiatief bij de sectoren. Als er binnen de door de wet voorziene termijn geen enkele sectorale CAO wordt afgesloten, zullen de ondernemingen dit systeem kunnen invoeren door het afsluiten van een ondernemings-CAO.

In ieder geval, zal de CAO de regels rond het loopbaansparen moeten vastleggen, en dan met name de periodes die effectief gespaard zullen kunnen worden, de wijze waarop de werknemer zijn gespaarde tijd zal kunnen gebruiken, etc.

Is het loopbaansparen verplicht eens dit ingevoerd is?

De werknemer is niet verplicht om tijd op te sparen en dus ook niet om deel te nemen aan dit systeem.

Wat indien de arbeidsovereenkomst wordt verbroken?

In geval van ontslag of vertrek, heeft de werknemer recht op de integrale betaling van zijn spaartegoed.

Het is eveneens interessant om te vermelden dat, in het geval dat het systeem op sectorniveau wordt ingevoerd, de sectorale CAO kan voorzien in de overdraagbaarheid van het spaartegoed, hetgeen impliceert dat de werknemer bij zijn oude werkgever zal vertrekken met zijn “rugzak loopbaansparen” om bij zijn nieuwe werkgever te gaan werken (als die natuurlijk tot dezelfde sector behoren). In dat geval zal de werknemer dus bij zijn nieuwe werkgever kunnen genieten van opgespaarde vakantiedagen bij zijn vroegere werkgever.

Hoe wordt het stelsel van loopbaansparen beheerd?

De wet stelt dat het systeem van het loopbaansparen wordt beheerd door hetzij de werkgever zelf (die dan de nodige betalingswaarborgen moet voorzien), hetzij door een externe instelling (verzekeraar of bank), hetzij door het fonds voor bestaanszekerheid binnen de betrokken sector.

Wat te denken van dit alles?

Het systeem van loopbaansparen lijkt aanlokkelijk.

Er zijn echter meerdere praktische elementen die nog moeten worden vastgelegd in een CAO waardoor een globale appreciatie slechts mogelijk zal zijn wanneer al deze ‘spelregels’ gekend zullen zijn.

In ieder geval blijven bepaalde vragen onbeantwoord: Hoe zullen (eventuele) opgespaarde geldpremies omgezet worden in tijd (en dus in verlof)? Wie zal er de beheerskosten dragen als het beheer van het loopbaansparen geëxternaliseerd wordt bij een bank of een verzekeraar? Wie zal er genieten van de kapitalisatie van bedragen die overeenstemmen met de opgespaarde tijd? Welk salaris zal de werknemer tijdens zijn verlof ontvangen als de ‘tijd’ gedurende 2017 opgenomen werd en het verlof pas in 2020 wordt opgenomen? Het salaris van 2017 of dat van 2020?