De hervorming-Peeters : Het krediet van de vrijwillige overuren

De wet stelt de grenzen vast voor de dagelijkse arbeidsduur (8 uren) en voor de wekelijkse arbeidsduur (40 uren of de lagere grens vastgelegd bij collectieve arbeidsovereenkomst of arbeidsreglement). Het presteren van overuren is in principe verboden.

Nochtans voorziet de Arbeidswet in een aantal uitzonderingen, zijnde specifieke situaties waar het mogelijk is om tijdelijk af te wijken van het voorziene rooster, op voorwaarde dat men zich bevindt in één van de uitzonderingen voorzien door de wet en dat men de te vervullen formaliteiten naleeft.

Het presteren van overuren geeft daarenboven aanleiding tot de toekenning van inhaalrust en de betaling van overloon, net als het voordeel van een fiscaal gunstig regime voor zowel de werknemer als de werkgever.

De Wet Peeters voegt een nieuwe wettelijke uitzondering toe die toelaat om overuren te presteren en voegt een artikel 25bis in in de Arbeidswet van 16 maart 1971. Het betreft de vrijwillige overuren.

Het aantal vrijwillige overuren is vastgesteld op maximum 100 uren per kalenderjaar. Bij sectorale collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend verklaard bij Koninklijk Besluit kan dit aantal worden verhoogd tot maximum 360 uren.

De bijzonderheid hiervan?

  • Naast het garanderen van een grotere flexibiliteit op het werk bestaat het opzet van de vrijwillige overuren erin de werknemer toe te laten om zijn loon aan te vullen. Bijgevolg moeten vrijwillige overuren niet worden ingehaald, maar onmiddellijk worden betaald. De werknemer kan echter vrij beslissen om deze niet te laten uitbetalen en te plaatsen op een loopbaanrekening om ze later op te nemen in het kader van het loopbaansparen. Deze uren worden met andere woorden later gerecupereerd door het nemen van verlof.
  • De 100 vrijwillig gepresteerde overuren per jaar geven steeds aanleiding tot de betaling van het gebruikelijke overloon: 50 % voor de uren gepresteerd in de week en 100 % voor de uren gepresteerd op zondagen en feestdagen.
  • Ze moeten niet gerechtvaardigd worden.
  • Er moet slechts één formaliteit worden vervuld: het voorafgaandelijk schriftelijk en vrijwillig akkoord van de werknemer. Inderdaad, om een beroep te kunnen doen op het systeem van de vrijwillige overuren is het voorafgaandelijk schriftelijk akkoord van de werknemer noodzakelijk. Dit schriftelijk akkoord is zes maanden geldig.
  • Hoewel vrijwillige overuren niet kunnen worden ingehaald, moet de interne grens van 143 uren toch worden nageleefd, behalve ten belope van de eerste 25 vrijwillige overuren.  Concreet vloeit hieruit voort dat een werknemer die zijn krediet van 100 vrijwillige overuren volledig heeft opgebruikt, in principe niet meer dan maximum 68 overuren mag presteren in de referteperiode zonder dat aan hem inhaalrust moet worden toegekend. De werknemer zal met andere woorden tot 168 overuren mogen presteren alvorens hem een inhaalrust wordt toegekend.
  • De vrijwillige overuren tellen mee voor de gedeeltelijke vrijstelling van de storting van de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de overuren voor de werkgever. De werknemer kan eveneens belastingvermindering voor overuren genieten.

Het krediet van de vrijwillige overuren betreft een van de belangrijke en interessante maatregelen van de wet Peeters. Zij is even belangrijk voor de ondernemingen als voor de werknemers en komt tegemoet aan de doelstelling van de minister:

  • meer flexibiliteit op het werk om ondernemingen elan te geven
  • de mogelijkheid voor de werknemers om hun loon te verhogen