De vervroegde beëindiging van de opzegtermijn doet geen nieuwe termijn tot ontslagmotivering ontstaan

Op 3 november sprak de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent zich uit over een interessante vraag met betrekking tot het verzoek tot ontslagmotivering in het kader van cao 109. Het ging daarbij meer bepaald over de vraag wanneer de termijn ingaat om een dergelijk verzoek in te dienen.

De feiten van de zaak waren als volgt:

  • Op 7 mei 2014 zei de werkgever de arbeidsovereenkomst met de betrokken werkneemster op middels een opzegtermijn. Volgens de werkgever was dit omwille van de gewoonte van de werkneemster om enkele uren te laat te komen en de werkgever hierover ook steeds laattijdig te verwittigen.
  • Op 15 oktober 2014 (meer dan 5 maanden later), terwijl de werkneemster nog steeds haar opzegtermijn presteerde, besliste de werkgever de arbeidsovereenkomst onmiddellijk te verbreken en de resterende opzegtermijn om te zetten in een verbrekingsvergoeding.
  • Hierop stuurde de werkneemster op 19 november 2014 (meer dan een maand na de verbreking) een brief aan de werkgever waarin zij verzocht om de redenen van het ontslag te kennen.
  • Aangezien de werkgever niet op deze brief reageerde, vorderde de dame een vergoeding van 2 weken loon evenals een schadevergoeding van 17 weken loon wegens kennelijk onredelijk ontslag.

De voornaamste discussie had betrekking op de vraag of er voor het verzoek tot ontslagmotivering een nieuwe termijn aanving vanaf 15 oktober 2014, namelijk het moment dat de werkgever besliste om de arbeidsovereenkomst onmiddellijk te verbreken middels betaling van een compenserende opzeggingsvergoeding.

De arbeidsrechtbank van Gent is hier duidelijk over: “de ontslagbeslissing werd in casu genomen op 07.05.2014 en niet op 15.10.2014.” Bijgevolg begon de termijn voor het indienen van een verzoek tot motivering van het ontslag te lopen op 07.05.2014 en verliep deze termijn na zes maanden, namelijk op 07.11.2014.

De rechtbank oordeelde dan ook dat het verzoek van de werkneemster dat op 19.11.2014 verstuurd werd, na de termijn van 6 maanden ingediend werd en dat de werkgever dit niet meer diende te beantwoorden.

Het onmiddellijk verbreken van een arbeidsovereenkomst tijdens opzegtermijn, heeft volgens dit vonnis dus geen effect op de termijn waarbinnen de werknemer zijn verzoek moet doen tot ontslagmotivering in het kader van cao 109. Een dergelijke beslissing doet dan ook geen nieuwe termijn van 2 maanden lopen.

Aangezien het verzoek tot ontslagmotivering te laat gebeurde, diende de werkneemster zelf de kennelijke onredelijkheid van haar ontslag te bewijzen. Zij bracht hiervoor echter geen bewijs aan. De werkgever leverde daarentegen wel bewijs aan dat aantoonde dat de redenen niet kennelijk onredelijk waren. Ook de vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag werd dan ook afgewezen.

Bron: Arbrb. Gent (afd. Gent) 24 oktober 2016, AR 15/2289/A.