De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete heeft geen gezag van gewijsde

In een recent arrest van het Hof van Cassatie vernietigt het Hof een arrest waarin geoordeeld werd dat een werkgever bepaalde feiten niet meer kan betwisten in de burgerlijke procedure aangezien deze reeds een administratieve geldboete heeft betaald.

Het arrest betreft een zaak waarin een werknemer na ontslag door de werkgever, klacht heeft neergelegd bij de FOD WASO wegens het niet betalen van loon voor overwerk. Ten gevolge van deze klacht, stelt de FOD WASO een pv op waarin de sociaal inspecteur, op basis van de verklaring van de werknemer en aan de hand van kopies van prikklokkaarten, een inbreuk vaststelde. Op basis van dit pv werd er bij beslissing van de FOD WASO een administratieve boete aan de werkgever opgelegd. Deze administratieve boete werd betaald door de werkgever.

Vervolgens stelde de voormalige werknemer ook een burgerlijke procedure in. Het is tijdens deze procedure dat de vraag rijst of de werkgever de waarachtigheid van de feiten, die volgens het pv een inbreuk uitmaken, nog kan betwisten.

Het arbeidshof beantwoorde deze vraag negatief. Zij stelde vast dat de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen definitief was aangezien er geen verweermiddelen ingediend werden en er tegen de beslissing ook geen procedure voor de arbeidsrechtbank ingeleid werd. Hieruit leidde het arbeidshof enerzijds terecht af dat de mogelijke strafvordering op basis van deze feiten vervallen is, maar zij leidde hier ook uit af dat de feiten waarvoor de administratieve geldboete opgelegd werden, niet meer betwist konden worden tijdens de procedure voor de burgerlijke rechter betreffende een vordering die gebaseerd is op de vermeende inbreuk. Deze laatste gevolgtrekking is volgens het Hof van Cassatie niet correct.

De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete is immers niet met het gezag van rechterlijk gewijsde bekleed, noch met een daarmee vergelijkbaar gezag. Evenmin kan er uit de betaling van een administratieve boete afgeleid worden dat de betrokkene, de werkgever in dit geval, afstand doet van diens recht.

Het betalen van een administratieve geldboete verhindert dus niet om de feiten waarop deze boete gebaseerd is in een burgerlijke procedure te betwisten. Het is voor een werkgever dan ook perfect mogelijk om enerzijds een administratieve boete te betalen zonder de feiten waarop deze boete gebaseerd is, te betwisten en anderzijds de feiten te ontkennen en ontkrachten in een geschil met een werknemer.

 

Bron: Cass. 21 november 2016, s.15.0126.N