Tijdskrediet en ontslagvergoeding: Gent blijft origineel!

Moet de ontslagvergoeding van een werknemer die deeltijds (niet-gemotiveerd) tijdskrediet geniet worden berekend op basis van het theoretisch voltijds loon of op basis van het effectief loon voor verminderde prestaties?

Over deze vraag is al rijkelijk wat inkt gevloeid. Nadat zowel het Grondwettelijk Hof als het Hof van Cassatie oordeelden dat het effectief deeltijds loon als berekeningsbasis moest worden gehanteerd, leek de discussie te zijn beslecht…Totdat in 2013 het Arbeidshof van Gent de knuppel opnieuw in het hoenderhok gooide.

Het Gentse Arbeidshof besliste dat een vrouwelijke werknemer, die tijdens haar deeltijds tijdskrediet was ontslagen, recht had op een opzeggingsvergoeding berekend op basis van haar theoretisch voltijds loon, en dit via de omweg van de indirecte discriminatie. Op basis van statistieken van de RVA bleek dat in 2002 het aantal vrouwen in tijdskrediet wezenlijk hoger was dan het aantal mannen, en dus zou het berekenen van de opzeggingsvergoeding voor tijdskredieters op basis van het effectief deeltijds loon – ogenschijnlijk een neutrale regel – in de praktijk veel meer vrouwen treffen dan mannen. De oplossing volgens het Hof was een “levelling-up”, namelijk dat de opzeggingsvergoeding op basis van het voltijds loon moet worden berekend.

Begin 2016 moest de Gentse Arbeidsrechtbank oordelen over een gelijkaardige zaak. Belangrijk verschil was dat ditmaal de tijdskredieter in kwestie een man was. De Arbeidsrechtbank paste dezelfde redenering toe als het Arbeidshof eerder deed, constateerde dat er nog altijd meer vrouwelijke dan mannelijke tijdskredieters zijn, maar besloot niet tot indirecte discriminatie en levelling-up, omdat de werknemer een man was… Opzeggingsvergoeding berekend op deeltijds loon dus.

Een vaststelling: de piste van de indirecte discriminatie blijft dus voor vrouwen open in het Gentse.

Een bedenking: is deze rechtspraak niet discriminerend?

Bron: Arbrb. Gent, Afd. Gent, 7 januari 2016, A.R. 14/2804/A