Modernisering uitzendarbeid: afschaffing 48-urenregel nog in 2016?

Eén van de bijzonderheden in het kader van de uitzendarbeid is de zogenaamde 48-urenregel.Deze regel laat toe dat de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid niet onmiddellijk, maar pas binnen de 2 werkdagen na aanvang van de prestaties van de uitzendkracht wordt ondertekend. Het is dus mogelijk dat een uitzendkracht reeds aan de slag gaat, zonder dat er een contract is. De vakbonden hebben in het verleden meermaals aangekaart dat deze situatie onzekerheid creëert voor de betrokken uitzendkracht en bovendien tot misbruiken kan leiden.

Ondertussen is het al meer dan 4 jaar geleden dat de sociale partners een principeakkoord over de modernisering van de uitzendarbeid hebben afgesloten. In dit akkoord is onder meer overeengekomen dat de 48-urenregel moet worden afgeschaft. Deze kwestie wordt opnieuw actueel naar aanleiding van het advies nr. 1.972 van 23 februari 2016 dat de Nationale Arbeidsraad (NAR) in dit kader heeft uitgebracht.

De afschaffing van de 48-urenregel kan volgens de NAR pas gebeuren wanneer de elektronische arbeidsovereenkomst algemeen gebruikt of toepasbaar wordt in de uitzendsector. Hiervoor stelt de NAR vooreerst voor dat de Uitzendarbeidswet wordt gewijzigd, in die zin dat de mogelijkheden moeten worden uitgebreid om de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid elektronisch te ondertekenen, alsook dat de elektronische handtekening op gelijke voet dient komen te staan met een schriftelijke handtekening. Daarnaast kaart de NAR ook de technische kant van de zaak aan door te benadrukken dat het elektronisatieproces gepaard moet gaan met de nodige waarborgen voor technische beveiliging en rechtszekerheid.

Van zodra de elektronische arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid op punt staat, kan gebruik gemaakt worden van de registratiesystemen die hiervoor door de RSZ op poten werden gezet: Dimona Mobile en interim@work. Via deze systemen dient dan een elektronische mededeling te worden gedaan van het begin van de opdracht van de uitzendkracht.

De NAR dringt er in zijn advies op aan dat het parlement de voorgestelde wetswijzigingen snel aanneemt zodat deze op 1 oktober 2016 in werking kunnen treden, alsook dat het registratiesysteem interim@work tegen dan in werking treedt. Om de uitzendsector de tijd te geven vertrouwd te geraken met de nieuwe gang van zaken, stelt de NAR tegelijkertijd voor dat de inwerkingtreding van de nieuwe regels gebeurt met toepassing van een gedoogperiode gedurende de eerste 3 maanden.

Na dit advies ligt de bal dus in het kamp van het parlement. Afwachten of, hoe en wanneer zij de aanbevelingen van de NAR oppikt!