Strijd tegen schijnzelfstandigen en schijnwerknemers: Echternach-processie in het sociaal recht op komst?

Eind 2016 vieren we het tienjarig bestaan van de Arbeidsrelatiewet. Deze wet werd in 2006 ingevoerd in het kader van de strijd tegen sociale fraude en spitst zich toe op de bestrijding van de fenomenen “schijnzelfstandigen” en “schijnwerknemers”.

De Arbeidsrelatiewet bepaalt op welke basis een arbeidsrelatie moet worden gekwalificeerd als hetzij een arbeidsovereenkomst tussen een werkgever en een werknemer, hetzij een zelfstandige samenwerkingsvorm tussen een opdrachtgever en een dienstverlener (bv. consultancyovereenkomst). Hiervoor voorziet de Arbeidsrelatiewet in vier “algemene” criteria (de wil van de partijen; de vrijheid om de werktijd te organiseren; de vrijheid van organisatie van het werk; de mogelijkheid om een hiërarchische controle uit te oefenen) en eventuele “specifieke” criteria. Daarnaast voorziet de wet sinds 2012 voor bepaalde fraudegevoelige sectoren ook in een weerlegbaar vermoeden om de aard van de arbeidsrelatie te bepalen. Dit vermoeden bestaat opnieuw uit een lijst van criteria die op het betrokken sectorniveau (kunnen) verschillen.

In het advies nr. 1.970 van 26 januari 2016 heeft de Nationale Arbeidsraad zich gebogen over de evaluatie van deze wet en werd nogmaals de nadruk gelegd op het belang van een sectorale aanpak.

Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s, Landbouw en Maatschappelijke Integratie lijkt de zaken anders te zien. In zijn persbericht van 5 februari 2016 laat de minister immers optekenen dat de wet sinds 2012 te complex is geworden. Het naast elkaar bestaan van de verschillende soorten criteria zou de sociale controles bemoeilijken en aanleiding geven tot interpretatieproblemen. De minister beoogt daarom de specifieke criteria voor risicosectoren af te schaffen om zo terug te gaan naar de kern van de Arbeidsrelatiewet, met name de vier algemene criteria. Het terugschroeven van de wet met oog op een betere aanpak van de sociale fraude zeg maar.

Op dit ogenblik is het nog wachten op de eerste ontwerpteksten van het idee van de minister. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd…