Sociale verkiezingen 2016 (X-60) : het begrip leidinggevend personeel

Op dag X-60, moet de werkgever schriftelijke informatie verstrekken die onder andere betrekking heeft op het leidinggevend personeel. Deze informatie wordt definitief op dag X-35.

Definitie

Krachtens artikel 4, 4° van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, verstaat men onder leidinggevend personeel:

  • de personen belast met het dagelijks bestuur van de onderneming ( = technische bedrijfseenheid), die gemachtigd zijn om de werkgever te vertegenwoordigen en te verbinden,
  • alsmede de personeelsleden, onmiddellijk ondergeschikt aan die personen, wanneer zij eveneens opdrachten van dagelijks bestuur vervullen.

Uit deze definitie blijkt dat de hoedanigheid van leidinggevend personeel slechts betrekking kan hebben op twee niveaus, namelijk de twee hoogste niveaus binnen de hiërarchie van de personeelsstructuur van de onderneming.

Het eerste niveau wordt gevormd door personen die belast zijn met het dagelijks bestuur van de onderneming.

De personen van het eerste niveau zijn niet noodzakelijk verbonden met de onderneming d.m.v. een arbeidsovereenkomst en moeten evenmin deel uitmaken van het personeel van de technische bedrijfseenheid waarvoor een OR of een CPBW moet worden opgericht.

Het kan gaan om één enkele persoon (de CEO of Algemeen Directeur) maar ook om een collectief orgaan dat de functie van werkgever uitoefent, zoals de leden van de raad van bestuur of de leden van het directiecomité.

Het tweede niveau wordt gevormd door personeelsleden die onmiddellijk ondergeschikt zijn aan de personen van het eerste niveau, voor zover ze eveneens opdrachten van dagelijks bestuur vervullen.

In tegenstelling tot het leidinggevend personeel van het eerste niveau moeten deze personen verbonden zijn met de onderneming d.m.v. een arbeidsovereenkomst.

De term « onmiddellijk » impliceert het ontbreken van elke tussenschakel tussen het personeelslid van het tweede niveau en de personen van het eerste niveau.

 Bij de vaststelling van de personen die deel uitmaken van het leidinggevend personeel moet rekening worden gehouden met de functies die de betrokkenen werkelijk uitoefenen. Hierbij kan men rekening houden met de volgende indicatieve elementen:

  • titel en plaats in het organogram ;
  • loon en rang ;
  • de arbeidsduur ;
  • de vorige sociale verkiezingen.

Het leidinggevend personeel stopt op het tweede niveau. Indien, in een concreet geval, de functies van algemeen directeur enerzijds, en van financieel directeur anderzijds, twee functieniveaus uitmaken, dan moeten de functies die een derde niveau vormen (lijnhoofd, hoofdboekhouder en personeelsverantwoordelijke) worden uitgesloten van de functies van het leidinggevend personeel.

Het begrip dagelijks bestuur

Het begrip dagelijks bestuur mag niet worden verward met dagelijks bestuur in het kader van de wetgeving betreffende handelsvennootschappen.

In de zin van het sociaal recht verwijst de bevoegdheid van dagelijks bestuur naar :

  • het daadwerkelijk bestuur van de onderneming, met name de uitoefening van een beslissingsmacht die inherent is aan de functie van werkgever ;
  • een bestuursautoriteit die toelaat onmiddellijke en noodzakelijke beslissingen te nemen in functie van de behoeften van de onderneming zonder bijvoorbeeld te moeten wachten op een beslissing van de raad van bestuur ;
  • de uitoefening van gezag, de onafhankelijke en doorlopende bevoegdheid ten aanzien van de hele onderneming of het personeel van een afdeling.

M.a.w. het dagelijks bestuur bestaat erin het bestuur, het gezag en de verantwoordelijkheid van de onderneming (of van een deel ervan) grotendeels op zich te nemen samen met de directie of in de hoedanigheid van haar afgevaardigde.

Het vervullen van taken van dagelijks bestuur is doorslaggevend om deel uit te maken van het leidinggevend personeel. Zo komen werknemers die onmiddellijk ondergeschikt zijn aan de personen belast met het dagelijks bestuur, maar die geen opdrachten van dagelijks bestuur vervullen, niet in aanmerking.

Belang van het begrip

Dit gezegd zijnde, moet worden benadrukt dat het belang van dit begrip niet mag worden onderschat. De volgende elementen mogen inderdaad niet uit het oog worden verloren :

  • de werkgeversafvaardiging voor de OR of het CPBW zal worden gekozen onder de personen die deel uitmaken van deze categorie ;
  • het leidinggevend personeel kan niet worden verkozen als werknemersafgevaardigde ;
  • het leidinggevend personeel heeft geen stemrecht ;
  • voor de verdeling van de mandaten valt het leidinggevend personeel onder de categorie van hetzij « kaderleden », hetzij « bedienden » als er geen kaderledenvertegenwoordiging bestaat ;
  • de werknemers die deel uitmaken van het leidinggevend personeel moeten worden meegeteld bij het bepalen of een onderneming de bezettingsdrempel overschrijdt (50/100) voor de oprichting van een OR of een CPBW ;
  • indien men het begrip leidinggevend personeel te beperkt opvat, dan kan dit een te klein aantal afgevaardigden van de werkgever die zetelen in de overlegorganen tot gevolg hebben.

Conclusie

X-60 nadert met rasse schreden, namelijk tussen 11 en 24 december 2015 in functie van de datum die werd weerhouden voor de sociale verkiezingen (Y). Het is dus hoog tijd zich over deze kwestie te buigen. In de praktijk kan de bepaling van leidinggevend personeel met het oog op de sociale verkiezingen trouwens een gevoelig topic zijn. Om mogelijke demotivatie en frustratie te vermijden, wordt sterk aangeraden de kwestie in alle transparantie vooraf te bespreken met de betrokken personen.

Tenslotte dient nog te worden vermeld dat deze materie van openbare orde is. Bijgevolg zal de rechtbank niet gehouden zijn door een akkoord dat intern werd afgesloten of door een gerechtelijke beslissing die dateert van de vorige sociale verkiezingen.