Informatieverstrekking bij uittreding uit een aanvullende pensioentoezegging: vatbaar voor verbetering!

De FSMA heeft op 5 oktober een uitgebreide mededeling gepubliceerd over de kwaliteit en de tijdigheid van de informatieverstrekking bij uittreding uit een aanvullende pensioentoezegging (artikels 31-32 WAP) (http://www.fsma.be/nl/Supervision/pensions/ap/apwn/circmedprak.aspx). Een uittreder moet ingelicht worden over het bedrag van zijn verworven reserves en prestaties en over de keuzemogelijkheden die hij heeft voor het verdere beheer van zijn verworven reserves (inclusief het lot van de overlijdensdekking voor elke keuze). De informatiestroom tussen de inrichter, de pensioeninstelling en de uittreder dient bovendien binnen bepaalde strikte termijnen te gebeuren.

Door middel van een steekproef op een groot aantal verzekeringsondernemingen (er werd dus geen screening gedaan bij de pensioenfondsen) is de FSMA nagegaan of alle wettelijk vereiste informatie wel duidelijk en tijdig werd meegedeeld. Bovendien werd nagegaan in welke mate uittreders aan de hand van de hen bezorgde informatie ook een weloverwogen keuze konden maken. Het verdict van de FSMA: de uittredingsfiches opgesteld door verzekeraars zijn vatbaar voor verbetering.

Een ‘bloemlezing’ uit de belangrijkste opmerkingen van de FSMA:

  • veel inrichters en verzekeraars zouden de bij wet opgelegde termijnen niet voldoende respecteren;
  • een aantal verzekeraars zou niet alle keuzemogelijkheden meedelen die een uittreder heeft voor het verdere beheer van zijn reserves;
  • onvoldoende verzekeraars zouden de vereiste respecteren dat bij elke keuzemogelijkheid moet vermeld worden of de overlijdensdekking al dan niet behouden blijft;
  • heel wat verzekeraars zouden eveneens verkeerdelijk de indruk wekken dat een aangeslotene slechts dertig dagen heeft om te kiezen voor een overdracht van zijn reserves naar een andere pensioeninstelling;
  • men blijkt vaak een veelheid aan termen te gebruiken om de verworven reserves en de verworven prestaties te beschrijven in de uittredingsfiches, wat op z’n minst tot verwarring leidt;
  • de werking van de rendementswaarborg zou zelden duidelijk omschreven worden;
  • de meeste uittredingsfiches zijn op het vlak van algemene begrijpelijkheid voor verbetering vatbaar (bijvoorbeeld het gebruik van verzekeringstechnisch jargon);
  • er blijkt weinig transparantie te zijn over de kosten/kosteloosheid van de diverse keuzes.

Verder doet de FSMA nog een hele reeks aanbevelingen (kosten aangeven bij de verschillende keuzemogelijkheden, bijkomende informatie voor uittreders die hun verworven reserves hebben aangewend voor het verkrijgen van een onroerend goed, vermelden indien er medische voorwaarden moeten worden vervuld om over te stappen naar onthaalstructuur,…)

De FSMA geeft tot slot een modelfiche mee die de verzekeraars kunnen gebruiken bij het opstellen van hun uittredingsfiches. Uiteraard moet die fiche ook nog tijdig te verstuurd worden.